Afwijkingen en gebreken
Evenals de meeste hondenrassen is ook de Bedlington terriër niet geheel vrij van
erfelijke afwijkingen.
Bekend bij dit ras is de koperstapelingsziekte, wat wil zeggen dat het
sporenelement koper, wat de hond met zijn voedsel binnenkrijgt, niet voldoende
wordt afgebroken en zich in de lever ophoopt. Dit kan tot ernstige
leveraandoeningen leiden met vaak fatale afloop.
Exacte informatie over het ontstaan van de koperstapeling is moeilijk te
achterhalen maar het schijnt dat in Amerika in de jaren zestig de eerste
gevallen bekend werden en in Nederland in de jaren zeventig.
Aanvankelijk zullen er honden bij dierenartsen zijn behandeld voor ”geelzucht”
maar de link naar koperstapeling wordt pas gelegd nadat een groter aantal
gevallen bekend werd bij de faculteit diergeneeskunde in Utrecht.
Het is vooral dr.Rothuizen, sinds 2003 hoogleraar in de Interne Geneeskunde van
Gezelschapsdieren aan de universiteit Utrecht, die een voortrekkersrol heeft
vervuld bij het onderzoek hiernaar.
Het onderzoek naar koperstapeling bestond vroeger uit een leverpunctie en
daaruit kon aan de hand van het kopergehalte in de lever alleen worden
vastgesteld of hond al of niet lijder was.
Een hond kan echter ook drager zijn, wat inhoudt dat deze het defecte gen wel
kan doorgeven zonder zelf ooit ziek te worden.
Dragers konden met een leverpunctie niet worden opgespoord terwijl een
combinatie van twee dragers toch weer een aantal lijders kan opleveren.
Bovendien was de hond bij een leverpunctie al enkele jaren oud omdat de eerste
jaren het kopergehalte nog laag was. In de praktijk waren veel honden dan al
geplaatst bij particuliere kopers en liepen de fokkers achter de feiten aan.
In de jaren negentig heeft dr.Rothuizen intensief DNA onderzoek verricht met
Bedlingtons. Dat heeft een doorbraak opgeleverd doordat halverwege de jaren
negentig voor onze fokkers een DNA test beschikbaar kwam waar niet alleen
lijders maar ook dragers en genetisch vrije honden konden worden vastgesteld. En
dat al bij pasgeboren pups.
Fokbeleid
De rasvereniging heeft toen dit DNA onderzoek verplicht gesteld voor alle
Bedlingtons waarmee gefokt werd.
Er zijn alleen combinaties toegestaan tussen vrije honden onderling of vrij x
drager.
Lijders zijn uitgesloten van de fokkerij. Zodra in de toekomst de populatie
vrije honden voldoende groot is kunnen ook de dragers voor de fokkerij worden
uitgesloten.
Dit fokreglement is op de Algemene Ledenvergadering van maart 1998 unaniem
goedgekeurd maar onze fokkers lieten toen hun honden al enkele jaren
onderzoeken.
Alle DNA testuitslagen komen bij het secretariaat binnen en er zijn sinds die
tijd geen lijders, dus honden die ziek zijn of ziek worden aan de
koperstapeling, meer aangetroffen.
Althans voor zover het honden betreft die volgens de fokvoorschriften van de BTC
zijn gefokt, wat er zich buiten de rasvereniging afspeelt hebben wij geen zicht
en invloed op.
Tot nu toe heeft de BTC geen andere sanctiemogelijkheden dan het lidmaatschap
van de vereniging om fokkers tot naleving te bewegen.
Daarom is een Verenigingsfokreglement, waar de Raad van Beheer via de
afgifte van stambomen een cruciale rol kan spelen, een goede mogelijkheid om ook
minder bonafide fokkers tot naleving te dwingen en zo weer een
gezond ras te bewerkstelligen.
De BTC maakt zich sterk voor het niet afgeven van stambomen door de Raad van
Beheer voor Bedlingtons die zijn gefokt buiten deze regels om.